Keith Haring verwierf in de jaren ’80 bekendheid in de New Yorkse East Village-kunstscene, samen met kunstenaars als Jean-Michel Basquiat, Kenny Scharf en Jenny Holzer. Hij overbrugde de kloof tussen de kunstwereld en de straat door graffiti te spuiten in metro’s en op muren, voordat hij in een atelier begon te werken.
Haring combineerde de aantrekkingskracht van cartoons met de rauwe energie van Art Brut-kunstenaars zoals Jean DuBuffet en ontwikkelde een kenmerkende pop-graffiti-esthetiek, bestaande uit energieke, gedurfde figuren tegen effen of gedessineerde achtergronden. Zijn belangrijkste thema’s waren uitbuiting, onderdrukking, drugsgebruik en de dreiging van een nucleaire holocaust.
Ook sprak Haring zich openlijk uit over maatschappelijke kwesties, met name na zijn AIDS-diagnose in 1987.
Tegenwoordig worden zijn werken voor miljoenen dollars verkocht en heeft hij grote solo exposities in onder andere het Brooklyn Museum, het San Francisco Museum of Modern Art en het Albertina Museum in Wenen gehad.

